Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
352 HANDLEIDir^G TOT BisN
wonen kring der denkbeelden en gewaarwordin-'
gen door verdaan moet. Zulke oneigenlijke uit-
drukkingen worden ook , dewijl zij van de eerfle
letterlijke eigenlijke woorden ontleend zijn, o ver-
drag tige en figuurlijke genoemd. Bij vile
woorden is de eigenlijke beteekenis geheel verloren
geraakt, in welk geval de oneigenlijke beteekenis
zelve voor ons de eigenlijke wordt.
§ 656. Over de verdeeling der overdragdge
uitdrukkingen in tropen en figuren is te
voren (§ 616) gehanjeld. Men gebruikt nu de
tropen, wanneer men een denkbeeld met andere
verwantfchapte vcrvvisfelt, om eene ■ minder aan-
fchouwdijk cn minder zinnelijke voorftelling,
door deze verwisfeling, aanfchouwelljker en zin-
relijker te maken. Zoo wordt b. v. in de uit-
drukking: de jeugd is de lente des levens
voor het denkbeeld jeugd een verwantfchapt denk-
beeld in de plaats gefield; dewyl dit verwant-
fchapte denkbeeld aanfchouwclijker en zinnelijker
is. Op deze wijze worden de tropen, die aan
de armoede der taal hunnen oorfprong verfchuldigd
zijn, een fieraad der rede; dewijl zij in eene groote
mate tot bevordering der levcfidighcid dienen, en
de verbeelding op eene aangename wijze ^ bezig
houden. (*)
(*) Men moet bij de tropen iinauwkeurig op het spraat-
jȕ)ruik letten, opdat men niet ktt eigenaardige der eene