Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. ' 33$)
binden Iaat, zoo kiezen wij liever een verWant-
fcliapt denkbeeld, door hetwelk de uitdrukking in
kracht en levendigheid wint.
5 654. Hieruit blijkt tevens, dat de figuur-
lijke taal een gewrocht der natuur is, en niet
enkel als eene uitvinding der kunst moet aange-
geinerkt worden. Dit wordt nog verder bevestigd
door de onbefchaafde en deswegens hartstogte-
lijke volkeren, wier talen in het algemeen beeld-
rijker zijn dan die der befchaafde; dewijl gene
meer dan deze aan de heerfchappij der zinnen
onderworpen zijn.
^ 655. De grond van de eigenlijke en on-
eigenlijke beteekenis der woorden is in de
overbrenging, uit hoofde van ware of vermeen-
de overeenkomst gelegen. Levert een woord da-
delijk het eerfte aanfchouwelijke denkbeeld op,
aan hetwelk hetzelve zijn aanwezen verfchu'digd
is, zoo is deszelfs beteekenis e i g e n 1 ij k; is
echter het denkbeeld, dat erdoor opgewekt wordt
of moet worden, niet meer hetzelfde, maar een
verwantfchapt, gewoonlijk minder zinnelijk denk-
beeld, zoo is deszelfs beteekenis oneigenlijk.
Wanneer men b. v. zegt. dc hooge vliegt des
dichters, zoo denkt men bij het woord vlugt,
eerst aan de beweging eens vogels door de lucht;
dan fpoedig wordt men gewaar, dat deze betee-
kenis hier niet kan bedoeld zijn, maar dat men
"er de geestverheffing eens dichters boven den ge-