Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEPvLANDSCHEN STIJL. 17
(hypothetisch), wanneer door hetzelve iets voor-
waardelijk bevestigd of ontkend wordt, b. v. w « «-
neer men met nadenken leest, heeft men van zijn
lezen nut. Het gedeelte, dat de voorwaarde be-
vat, noemt men het v oor gaande en het andere
het volgende lid.
§ 37. Een oordeel is fcheidend, wanneer
tot het onderwerp onderfcheidene mogelyke, maar
elkander uitfluitende gezegden j behooren, b. v.
Hendrik is geleerd of ongeleerd.
5. Twijfelachtige, verzekerende en
ontegenfprekelijke oordeelen.
§38. Twijfelachtig (problematisch) zijn
de oordeelen, in welke het opgegevene verband
der kenteekens bloot als mogelijk voorgefteld
wordt, b. V. eer kan gelukkig maken. In een
verzekerend (asfertoriscli) oordeel, wordt het
verband als werkelijk voltrokken gedacht, b. v.
Willem is geherd. Een oordeel is ontegen-
fp rek el ijk (apodictiscli), wanneer elk verband
als noodzakelijk voorgefteld wordt, b. v. de
memch moet sterven.
6. Omkeering der oordeelen.
§ 39. Daar het gezegde in de meeste gevallen
yan grootere , doch noodzakelijk ten minfte van
gelijke uitgeftrektheid is als het onderwerp, zoo
volgt daaruit, dat men de oordeelen niet altijd
B