Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
348 HANDLEIDING tot dÉn .
§ 648. Het voorgaande , betreffende de over-
eenkomst van de klanken-met den aard der zaken,
is voornamelijk voor de dichtkunde van belang,
welke daaruit een voornaam fieraaJ ontleent. In
den ongebonden ftijl echter is eene overeen-
ftemming van den heer fc henden toon
der voordragt met den aard der onderwerpen
ook allezins gepast. Immers moet die toon anders
zijn bij het uitdrukken van droefheid dan van
blijdfchap; anders bij de behandeling van ernlli-
ge, dan bij die van luimige onderwerpen, llij
meet zich dus fchikken naar het onderwerp, dat
men behandelt, en zoo veel mogelijk in klank
daarmede overeenkomen. Gevoel cn fmaak, be-
nevens het lezen van zeer goede nederlandfche
fchrijvers zijn in dezen de beste hulpmiddelen.
§ 649. Tegen de welluidendheid en dus tegen
de fierlijkheid is ftrijdig, wanneer het geheel al-
leen uit korte of alleen uit lange volzinnen
beftaat. Gewoonlijk zal eene gepaste afwisfeling
van korte en lange volzinnen , benevens het reg-
te , maar niet te menigvuldige gebruik van perio-
den , het welluidendfte zijn. De eigen aard der
onderwerpen vordert ook veelal eene eigene leng-
te, aard en inrigting der volzinnen. Zoo zijn,
b. V. lange en volle perioden niet gefehikt, wan-
neer men eene gebeurde zaak voor te ftellen, en
gevolgelijk eenvoudigheid van ftijl te betrachten
heeft. Even min dienen dezelve ter uitdrukking