Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
346 HANDLEIDING, tot den
zinnige fcherts, platlieid, geméenc fpreelvwoor-
den, b. v. hij braakt zijne gal, fpuwt zijn
venijn uit, enz.; het gebruik dezer uitdrukkingen
beleedigt, door derzelver beteekenis, het kiefche
oor. Somtiids vordert ook de welluidendheid, dat
men voor de eigene benaming eener harde en on-
aangename zaak, eene zachtere in de plaats ftelle.
Vanhier het gebruik van overlijden, eigenlijk
overgaan, en henengaan voor flerven.
§ 643. Eene nuttelooze opeenftapeling van
voorzetzels en voegwoorden, waarover wij te
voren reeds gehandeld hebben , is desgelijks
met de welluidendheid ftrijdig.
§ 644. Even zoo is bij het zamenftel der vol-
zinnen (§ 448, 453) gefproken over de gepaste
verdeeling der enkele leden en den afloop des ge-
heelen volzins, waarvan de welluidendheid afhangt,
voor zoo verre zij de fchikking en verbin-
ding der woorden betreft.
§ 645. De klanknabootfing (onomato-
peia) doet de woorden met den aard der zaken
en den heerfchende toon der voordragt
overeenftemmen. Overeenkomst van de klanken
met den aard der zaken heeft plaats, vooreerst:
wanneer zekere geluiden, door middel van klan-
ken , worden nagebootst, als: het fluisteren,
fuizen of loeijen van den wind; het gonzen van
bijen, het rammelen van ketenen; het ratelen of
rommelen van den donder; het kraken van een in^