Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. ' 33$)
§ 639. Somwijlen editer (Irekc de zamenvoe-
ging van ge'ijkluidende woorden tot fieraad
der rede , als zij namelijk eenen verfchilienden zin
hebben, als: dat is de aard der ketterij, rust ze
zoo roest ze. — Woorden, meer gefchikt om ketterij
te ßichten dan te ftillen. Ook is de herhaling
van dezelfde woorden, in fommige gevallen,
tot bevordering der welluiienheid dienstig, als:
die door velen gevreesd wordt, heeft velen te vree-
zen. Te voren (§ 599 en Coo.j is van andere
herhalingen gefproken, welke ter bevordering vau
de fterkte der rede dienen.
% 640. Men vereenige niet te veel eenlet-
tergrepige woorden, vooral wanneer zij hoofd-
gedachten uitdrukken, als: wie, wat hij wil ook
kan, wil zelden wat hij moet. Er is geen mensch
in de wereld, die alles kan wat hij wil, ten zij
hij wijs genoeg zij, niets te willen, dan wat hij
kan; beier: de wijze vermag al wat hij wil; de-
wijl hij niet anders wil, dan hetgene hij kan.
§ 641. Even zoo als door de vereeniging van
te veel korte woorden eentdonigheid ont-
ftaat, zoo ontftaat zij ook, wanneer te veel lan-
ge woorden elkander volgen, als: de koninklijke
afgezanten hekleeden met den onbaatzuchtigflen
dienstijver hunne ambten.
" § 642. Tegen de welluidendheid ftrijdt het
gebruik van alle lage, onedele en verfie-
len e woorden cn fpreekwijzen, gelijk dubbel-
Y 5