Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
360 HANDLEIDING tot uek
der gefchikt ter uitdrukking der hartstogten, va»
verbaasdheid, bliidfchap, droeflieid enz., alsi
erbarmelijk Neclerla?id, hetwelk ah roof yan
vreemdelingen, te zelfden tijde door vriend en
vijand met allerlei laster vertreden werd.
S 622. De afwending (apoftrophe) is eene
aanfpraak tot afwez enden of geftorvenen enz.
gerigt, en flechts bij hevige gemoedsbewegingen
aanwendbaar, als: 0 brave keizer Karei! die om
eene ftad van Gent, met lijfsgevaar, door V
vijandelijk Frankriik ftreefde.
5 623. De fpraakwendin g (fermocinatio)
wordt gebruikt, wanneer men een ander fpreken-
de invoert. Zoo voert Cicero in zijne redevoe-
ring voor Milo dezen aldus fprekende in: wel
moge het mijnen medehurgeren gaan; dat zij be-
houden, bloeijend, gelukkig zijn. Ongefchonden
zij deze wijdberoemde jiad, mijn hoogstgeliefd
vaderland, hoedanig lot mij ook van haar be-
fchoren zij.
§624. De p erfoonsverbeelding (pro-
fopopeia) is die figuur, waardoor men aan onbe-
zielde voorwerpen leven cn handeling toefchrijft,
a's: dorflige landen; woedende jiormen; knagend
geweten; de berg verheft zijne kruin', de aarde
treurt; de Jiormen huilen of loeijen; de wetten
geven ons het zwaard in de hand om den boos^
wicht te dooden.
§ éiS. De verbetering (corr«ctio) heeft