Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. ' 33$)
hermaak; buiten 's huis worden wij door dezelve
)nct belemmerd; zij vergezelt ons naar vreemde
gewesten; zij blijft ons bij op het land.
^614. Het invlechten van bondige fp reu-
ken is te zelfden einde dienflig. Zij moeten dui-
delijk, kort en krachtig zijn, en niet ie dikwerf
gebezigd worden. Even zoo kan de nadruk be-
vorderd worden door op eenen vasten en verze-
kerenden toon te fpreken, als: het is niemand
onbekend. Niemand zal twijfelen.
% 615. Ook vertegenwoordiging van het
verledene en toekomffige , of de verwisfeling van
den verledenen en toekomenden met den tegcn-
woordigcn tijd, is insgchiks een gefehikt middel
tot bevordering van den nadruk en de verlevendi-
ging van den fiijl, als : de form i s bepaald. In
den dikflen nevel rukken wij i/it, ber e i k e h
in minder dan een uur het vijandelijke Irgcr,
overvallen de voorposten, beklimmen de
fchanfen. De vijand , in fchrik en verwarring ,
beproeft vergeefs weSrßand te bieden; hij
w ij k t, hij vliedt, en — ons is de over -
winning. — F/ij gaan mor geh naar onzen vrietid;
vinden wij hem niet te huis, zoo verrasfen wij hem
op het land en (lijten den dag genoegelijk in
zijn gczclfchap.
J