Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. ' 33$)
vorderen, in een of twee woorden uit te druic-
ken, als: de hoorn is ontbladerd, voor van
bladeren beroofd; voornamelijk echter door
het gebruik van deelwoorden, in plaats van om-
fchrijvingen met behulp der voegwoorden daar,
alstoen, toch, enz., welke benevens vele andere
de rede fiepende en krachtelo'^s maken, als: Ne-
derland, door deszelfs afval voor de wapenen der
Bondgcnooten geopend, bragt meer dan eenig
ander krijgsvoordeel toe, ter beflisfing van den
veldtogt tegen de Franfchtn, voor, dewijl Neder-
land geopend was, enz. Hiertoe kan ook gebragi
worden eene afgebrokene wijze van zeggen, als:
wat wilt gij? voor wat wilt gij doen?
S 6ia. Hoe veel aanbeveling kortheid en
bondigheid, vooral ter verlevendiging van de
voordragt, verdienen, zoo moeten deze eigcn-
fchappen echter niet in woordgierigheid ontaarden.
Het is even zoo verwerpelijk , al te karig in woor-
den als al te verkwistend met dezelve te zijn, en
niet altijd is een lakonifche fi:ijl de gepaste. De-
ze, naar de Laccdemonicrs aldus genoemd, be-
ftaat in, zoo veel mogelijk zamengedrongen , wei-
nig of geheel niet zamenhangende uitdrukkingen
der hoofdgedachten, en past voor de fterkfte
aandoening. Men wachte zich nu voor eene te
vergedrevene zucht, om in alle gevallen kort te
willen zijn; dewijl niet alleen de duidelijk-
heid, maar ook de fterkte der rede, door