Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. ' 33$)
Vroegße kindschheid af; zij bezielt en vervrolijkt
ons in onzen rijperen leeftijd, en verlaat ons zelfs in
onzen fpaden ouderdom niet. Beter: onder alle
neigingen, waarmede God de menfchelijke natuur
begiftigde, is ontwijfelbaar eene der flerkfte en
duurzaamfle de neiging tot vreugde. Zij vertoont
zich in ons van onze kindschheid af, vergezelt
ons in rijpere jaren, en verlaat ons zelfs in onzen
fpaden ouderdom niet. — Men miste eene ver-
beterde inrigting van het fchoohezen, zag het
gebrek van dezelve in; men was van de noodzake-
lijkheid derzelve overtuigd; men kon haar nut
niet loochenen; en reikhalsde er derhalve naar,
gelijk naar alles wat ten beste der menfchen
ftrekken en het welzijn der menfchelijke maat-
fchappij kan bevorderen. Zeven voorftellen, waar-
van een of twee volkomen toereikend zijn, als:
men is van de noodzakelijkheid van verbeterde
fchoolinrigtingen overtuigd.
§ 610. Niettegenftaande in eenen goeden fchrijf-
ftijl niet geoorloofd is, eene cn dezelfde
gedachte meermalen te bezigen, en de op-
eenftapeling van fynonyma moet vermeden wor-
den ; «00 is echter daarom alle zamenvoeging
van dezelve niet als ongepast af te keuren. Som-
tijds, wanneer eenig woord door een ander be-
hoort opgehelderd te worden, of bij eene leven-
dige voordragt, kunnen in beteekenis verwant-
fchaptc woorden met vrucht bij elkander geplaatst