Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
33fi HANDLEIDING tot üen
'zoo moaen wij ons beijveren om de vreugde, wel-
ke de wereld oplevert, te leeren genieten en ont-r
beren. Beter: elk vrolijk genot zij ons dierbaar,
maar alleen als een voorbijfnellende flroom. Onze
wijsheid beßa in: te leeren genieten en ontberen.
Even zoo bevinden zich te veel bijvoegelijke
naamwoorden in den volgenden volzin : het teedere,
fijne en zwakke maakfel der vrouwen. De wijste,
verflandigfle en nadrukkelijkfle maatregel. Van
de twee eerfte kan er een ontbeerd worden.
S 609. Even min behooren de volgende uit-
drukkingen nagevolgd te worden, welke met eene
menigte van woorden overladen zijn , die de hoofd-
gedachte niets verfterkcn; elke Handen elke plaats,
zij moge zijn, welke zij wil, ook elke betrekking
van den menseh, het zij als vader, echtgenoot of
vriend, heeft bijzondere eigene pligten, en
wie deze allen telken male en zonder uit-
zondering ftiptelijk en volgens geweten vervult,
van dien kunnen wij met regt zeggen,
dat hij als een braaf en regtfchapen man handelt.
Beter en bondiger: elke fland, elke plaats, elke
betrekking van den menseh heeft eigene pligten, en
wie deze alle volgens zijn geweten vervult, han-
delt regtfchapen. Desgelijks : onder alle neigingen,
welke God den menseh inplantte en in deszelfs na-
tmur legde, is ontwijfelbaar geene zoo magtig, zoo
ßerk, zoo blijvend en duurzaam, als dc neiging
tot vreugde. Zij vertoont zich in ons vun de