Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
330 HANDLEIDING, tot den
$ 605. Overdaad van woorden (pleonasme)
heeft dan plaats, wanneer men door woorden
denkbeelden uitdrukt, die aan de denkbeelden
van een ander woord iets toevoegen, hetwelk dit
reeds uitdrukt, of zonder moeite er bij gedacht
kan worden, als: ik volhard fleeds in mijn gevoe-
len. Hier is het woord fleeds overtollig. Hij
plagt gewoonlijk te zeggen. Gewoonlijk is
hier overtollig; dewijl plegen reeds gewoon zijn
beteekent. Hier is het niet mogelijk ftil te
kunnen zwijgen. Stil en kunnen zijn overbo-
dig. Ik ben niet in ßaat dit te kunnen doen.
Ik zal niet ophouden te volhardtn. Dit zijn
dezelfde gedachten onder verfchillende vormen,
waardoor dus de nadruk verminderd wórdt. En-
kele woorden zijn ook dikwijls pleonastisch,
als: wederherinne ring.
S 606. De tautologiën en pleonasmen
vindt men echter niet flechts in enkele woorden
en fpreekwijzen, maar ook in geheele voorftellen,
b. V. hij laat zich aan zijn ambt veel gelegen
liggen, en maakt zich des ze Ifs waa r ne-
ming tot zijne beftendige bezigheid.
Het tweede voorftel drukt met andere woorden de-
zelfde gedachte van het eerfte uit, en zulke uitdruk-
kingen zijn alleen in dichterlijke ftukken of in den
verhevenen ftijl, en dan nog flechts in bijzondere
gevallen, te gebruiken. In het volgende zijn alle
gemerkte woorden overtollig: Ik heb over dit onder-