Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. ' 33$)
kingen derhalve, zoo als: braken, vreten, fpu-
■ wen, vlegel, enz. moeten vermeden worden. Har-
de uitdrukkingen worden door andere verzacht,
voor flerven zegt men fomtijds henen gaan enz.,
flechte levenswijze voor dronkenfchap enz. Eenen
maatftaf voor het onedele geven de befchaafdfte
ftanden, van welke men uitdrukkingen, als: af-
fineren, in het gras bijten, haar op de tanden
hebben, droog achter de ooren zijn, enz. niet
hoort.
S 596. Eene uitdrukking, op zich zelve
geene de minfte aanftootelijkheid bevattende , kan
toch fomwijlen met betrekking tot de waardigheid,
welke het onderwerp, waarmede dezelve in ver-
band gebragt wordt, vordert, eene onedele uitdruk-
king worden, b. v. met wellust ledigde hij den
beker der vreugde, welke hem door de deugd werd
aangeboden. Hier is de uitdrukking onedel en
ongepast, omdat de gevoelens, die de deugd doet
geboren worden, verhevener en zuiverder zijn dan
die der wellust.
§ 597. Er is eene volftrekte cn betrek-
kelijke, naar tijd en plaats zich fchikkende,
waardigheid. Men behoort van gewigtige onder-
werpen Heeds met waardigheid te fpreken; aan
onbeduidende onderwerpen kan men echter door
de voordragt een ernftig en waardig aanzien ge-
ven. Men zal b. v. van eene en dezelfde zaak
anders bij ongelukkigen en anders bij eenen vro-
X 3