Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
318 IIANDLILIDING TOT Ï)EW
woorden en werkwoorden. Men gebruike dufi
gecne bijwoorden, die iets oneigenlijks, tegen-
flrijdigs of overtolligs uitdrukken, cn zegge dus
niet: die boom groeit hard^ de wind waait hard^
maar fterk; niet deze bloem riekt fchoon.^
aangenaamj vimxliefelijk; ook zegge men
niet: hij ving in het begin aan met te zeggen^
dat enz. Hij eindigde^ hefloot ttn laatfte met
tc^cg^enj enz. Men kan even zoo weinig met het
einde aanvangen, als met den aanvang beflüiten.
§ 579. Desgelijks plaatfe men gepaste werk-
woorden bij de naamwoorden, en zegge alzoo
niet: dat verzoet mijn zwaar lijden^ maar
'verligt; zoo ook niet: dit yerzacht mijn
bitter lijden^ alwaar y et zoeten gepaster zal
zijn; even zoo: dat verligt mtjne droevige
urenj voor, yervrolijkt. Men zegge ook niet:
van zijn^doelwit beroofd worden^ voor, zijn
doelwit tnisfen j den top van eer en aanzien
bejagen^ behalen^ in plaats van: ten top
van eer en aanzien opftijgen^ opklimmen^
verheven worden^ ^
§ 580. Gebrekkige plaatfing der fchei- en
zinteekens in gefchriftèn, geeft ook dikwijls
aanleiding tot dubbelzinnigheid of onnaauwke.urig-
heid. Hier 'over is boven (in de noten op bU
a58 en 264) reeds genoegzaam gehandeld-