Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. ' 33$)
(le; brekelooze of brekende waren, voor,
breekbare; ontftokén yan het y 0 0 r reg t, voor,
ver/loken, enz.
§ 570. In de keus van enkele woorden is ech-
ter niets var) meer' gcwigt, tot bevordering der
duidelijkheid, dan ter uitdrukking van elk denk-
beeld het gepaste woord te bezigjn, dat is, zulk
een woord, hetwelk dit denkbeeld juist en vol-
komen uitdrukt. Handelt men tegen dezen regel ,
zoo zal men menigvuldige aanleiding tot duister-
heid geven. Zoo zoude men b. v. zijne gedachte
zeer verkeerd uitdrukken, wanneer men iemands
kloekmoedigheid willende rocmen, van deszelfs
flandyastigheid gewaagde. Ilèt eerifte beteekent
toch die fterkte van geest, w>elke ohs de gevaren »
zonder fchroom doet te gemoet treden; terwijl
flandyastigheid zich vertoont in het doorftaan van
gevaren, zonder eenige wankelmoedi|;heid aan den
dag te leggen. — Hetzelfde is insgelijks toepas-
felijk op het gebruik van om fch rij vingen en
uitbreidingen eener gedachte, in zaken, waar-
voor een eigenlijk woord beftaat.
5 571. De duidelijkheid wordt voorts bevor-
derd door eene behoorlijke onderfcheiding' der
synonyma, of woorden, welke dezelfde hoofd-
gedachte, met eenig onderfcheid van bijomftan-
digheden, uitdrukken. Zulke woorden zijn, b. v.
droefheid, treurigheid, bedruktheid, rouw en
fmart, welke allen het denkbeeld van onaange-
V 5