Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
332 HANDLEIDING, tot den
bierkelder, kelderbier; Jlaatshtiishoudkunde. Der-
gelijke zamenkoppelingen zijn, vooral in over-
dragtelijke uitdrukkingen , menigvuldig, als :
nqrdgraver en traagkruiper voor Hang', fchiet-
regens en pijlwolken voor groote menigte afgefcho-
ten pijlen; alsmede jarenpasfer , zomerbrenger,
dampentrekker, nachtverdrijver , enz., allen be-
namingen voor de zon; zoo ook doodenwekker,
hichtverdrijver, tongflaker, zeetreder, enz.,
allen benamingen, waardoor de Verlosfer bedoeld
wordt.
§ 569. Hoewel uit de opgegevene voorbeel-
den, en uit vele anderen, de gefchiktheid onzer
taal tot het fmeden van nieuwe woorden genoeg-
zaam blijkt, zoo behoort men zich echter voor
zeer lange zamenkoppelingen te wachten; dewijl
deze, door de opeenftapeling van vele verfchil-
lende denkbeelden, niet zelden den geest in ver-
warring brengen. Ook dient men, ten einde gee-
ne verkeerde of dubbelzinnige zamenftellingen te
maken, vooral met dc verfchillende en bepaalde
kracht van de voorzetfels, alsmede van de onder-
fcheidene uitgangen der zelfftandige én bijvoege-
lijke naamwoorden bekend te zijn; aangezien ver-
re de meeste zelfftandige naamwoorden en werk-
woorden zich met eenen of meer dezer uitgangen
laten vereenigen. Door onkunde in dezen ont-
ftaan niet zelden de wonderlijkfte zamenftellin-
gen, als: bl oei z a lae gezondheid, vooz blteijen-