Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEPvLANDSCHEN STIJL. 33
6. . Klare en duistere, duidelijke en 'ver-
warde denkbeelden.
§ 28. Met betrekking tot de hoedanigheid
(qualiteit) der denkbeelden, komt het aan op
den graad van bewustheid, waarmede de ziel,
het denkende onderwerp, zich dezelven voorftelt.
Er zijn klare en duis tere, d u i d e 1 ij k e en v e r-
Warde denkbeelden. Klaar zijn onze denk-
beelden, wanneer wij ons dezelve, afzonderlijk
voorgefteld, bewust zijn, Van een paard heb ik een
klaar denkbeeld, als ik het van andere voorwer-
pen onderfcheiden kan, zonder mij eerst met het
onderzoek van- de bijzondere kenteekenen in te laten.
Duister zijn onze denkbeelden, wanneer wij
ons dezelve afzonderlijk niet bewust zijn. ^Zoo zijn-
de- denkbeelden der nienfchen ovür de luchtver-
fchijnfelen duister, als zij die van andere denk-
beelden niet behoorlijk onderfcheiden kunnen.
Een denkbeeld, hetwelk ik mij door middel van
bijzondere kenteekenen denke, is duidelijk.
Zoo- heb ik een duidelijk denkbeeld van den
mensch, als ik de kenmerken dier en rede,, wellie
aan hetzelve toekomen, onderfcheiden km Ver-
ward is een denkbeeld, wanneer men geene ken-
teekenen van, een denkbeeld kan opgeven , en er
,eok gcene orde in het denken hierbij plaats^heeft.
Zoo kunnen fommige menfchen gcene Icentcekenen
van de denkbeelden regt en onregt opgeven, of-
ifchoon zij datgene , wat^ regt is » zeer, wel ker^ej^j