Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
3o8 handleiding tot dën
Dc taal van Necrlands vrijen grond
Schijnt ah cen^ vlam in V duister',
Hoe meer men deze taal doorgrondt,
Te Jlerker wordt haar Inisier.
(De hollandfche taal door
• T. J. Kerkhoven.)
TWEEDE AFDEELING.
de d u i d b l ij k h e i d.
Algemeen ovcrzigt-
§ 561. De duideliikbeid is die cigcnfchap
van den ftijl, waardoor men zijne gedachten zoo
uitdrukt , dat dezelve zonder nweitc verftaan
worden. Zij ontftaat eensdeels uit dc juiste en
naauwkeurige overeenkomst der enkele woorden en
uitdrukkingen met onze denkbeelden, anderdeels
uit de gepaste fchikking en zamenvoeging der
woorden tot volzinnen.
§ 562. Onmogelijk is het duidelijk te fchrijven,
zonder eerst duidelijk te denken. Hij, die dui-
delqk fchrijft, heeft zeker duidelijk gedacht; maar
niet ieder, die duidelijk denkt, fchrijft daarom
ook duidelijk, omdat de woorden, als teekens
onzer denkbeelden, van de denkbeelden zeiven
onderfcheiden zijn.
§ 563. Tegen de duidelijkheid ftaat de 0 n-
duidelijkheid of 0nverftaanbaarh ei d
öVer. Derzelver hoofdbronnen zijn verward-
heid van denkbeelden en duisterheid

-ik