Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. ' 33$)
den, als: de Geestenziener is een werk
van Schiller. — Menfchenhaat en Berouw
was Kotzebues eerße en laatße toneelfpel. Het
Avondmaal van Rubbens. De Onoverwin-
nelij ke en de Schrikverwekker liggen op
de reede.
§ 547. Tot dezen regel kunnen ook gebragt
worden de namen, welke denkbeeldige we-
zens aanduiden, wanneer deze verperfoonlijkt
worden, als: thans roep ik u aan, geßrenge
Waarheid, verfpreidt op mijn gefchrift uwe
kracht cn uwe opregtheid. O weldadige Vrede,
waak uit uw hoog verblijf over ons; weer van
onze velden, van onze fleden, van onze grenzen,
die bloedige plagen der ongelukkige ftervelingen;
laat dit eenmaal bloeijend land onder uwe hoede
eene aangename rust genieten, welke het zoo
vurig wenscht.
4e. Regel.
S 548. De namen van volken en aanhan-
gers eener gods dien ft ige gezindheid
worden met groote letters gefchreven, als: Rome
zegepraalde dus over den Germaan, over den be-
woner van Iberie, over den woesten Brit, over al
de kunßen der Grieken, over de looze Karthagers,
over de verdedigers van Pontus, over de groote
flammen der Galliërs en over alle flaten, die de
wereld uitmaakten. Twee Duitfchers; drit