Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
322 HANDLEIDING TOT DÉN .
de betrekking van den fpreker kennen, dat door
deze uitdrukking de tegenwoordige koning Wil-
lem de 1. bedoeld wordt. Om dezelfde reden
fchrijft men met eene groote K het woord Krijgs-
man in den volgenden zin: jonge vorst, hoor de
les fen yan een^ Kr ij g s man , die in het ye ld ge-
vormd en in krijgsrumoer opgekweekt is. — Deze
krijgsman is Frederik II, maar het fpraakkunftige
dezer plaats zegt er niets van.. Even zoo in het
volgende: het geheele Noorden fs in vrede.
Waar het Noorden voor de volken der noordelijke
landen gebezigd wordt. Alcjus wordt ook het
woord Hemel met eene groote H gefchreven in de
volgende uitdrukkingen, waarin door zeker gebruik
dit woord het Opperwezen beteekent, te weten:
de Hßmel verhoorde onze beden, en o Hemel,
hoe ongelukkig!
545. Deze regel ftrekt zich ook uit tot de
bijvoegelijke naamwoorden. Aldus zal men
het bijvoegelijke naamwoord zeventig, dat in het
algemeen met eene kleine z moet gefchreven wor-
den, met eene groote Z fchrijven in de volgende
uitdrukking: de fchrijyer van de overzetting der
Zeventigen is onbekend.
§ 546. Om dezelfde reden moeten gemeene
zelfftandige naamwoorden , als eigennamen
voor titels van boeken, tooneelfpelen, fchil-
dergen, beelden, fchepen, enz. gebezigd, met
eene groote letter aan het begin gefchreven wor-