Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
300 HANDLEIDING TOT üen'
namen cn de woorden, die dezelve vervangen-,
denamen van ve rp e rfo on 1 ij k t e denkbeel-
dige w e z e n s; eindelijk om op eene meer in
liet oog loopende wijze , dan door het punt het
begin van eenen nieuwen volzin te bepalen.
§ 539» ^^^^ aanleiding hiervan kan men de
volgende algemeene regelen voor het gebruik der
groote letters in de nederlandfche taal opgeven:
le. Regel.
§ 540. Alle eigennamen moeten met eene
groote letter gefchreven worden, als; Jlugus-
tus^ Columbus^ De Ruiter, de Rij n ^
Rotterdam^ de Etna^ de Nederlanden^
Napels , Europa. Het paard van Alex an-
der heette Bucephalus. Salomon was een
vorst ^ uit [lekend door zijne wijsheid. Tit us was
een voort refilijk vorst. Homerus was de vader
der griekfchc dichters.
S 541. Niet alleen wanneer de eigennamen in
hunne eigenlijke beteekenis voorkomen, zoo al3
in het onmiddellijk voorgaande, maar ook wan-
neer zy in gemeene zelfftandige naamr
woorden vervormd worden, als: Fredt-
rik II was de Salomo van het noorden.
Koning Willem I is de Titus van Nederland,
Vondel is de Homerus- der Nederlanders.
»
' 2«. Regel
S 542^ Elk gemeen zelffrandig naam-