Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
la' HANDLEIDING tot den '
een of meer kenteekenen weg te laten en een nieuw
denkbeeld te vormen, waardoor men den inhoud
der denkbeelden verkleint, derzelver omvang inte-r
gendeel vergroot en dus het denkbeeld algemeener
maakt, noemt men afzondering (abftractie).
De tegengeflelde handeling, dat is, om aan een
denkbeeld een kenteeken toe te voegen, heet be-
paling (determinatie). Wanneer ik b. v. aan het
denkbeeld ligchaam willekeurige beweging en ge-
voel toevoege, zoo verkrijg ik het denkbeeld dier;
voeg ik hierbij het kenteeken viervoetig, zoo be-r
kom ik het denkbeeld viervoetig dier, enz.
§ 27. Door afzondering ontftaan denkbeel-
den, welke men afge trok ken e (abilracte) denk-
beelden noemt. Elk woord, geen eigen naam zijn-
de, en geene bepalingen als, die, mijn enz. bij
zich hebbende, ftelt zulk een afgetrokken denk-
beeld voor, als: huis, boom. Denkbeelden van eene
enkele bepaalde zaak worden, in deze betrekking,
zamenvattende (concrete) denkbeelden ge-
noemd. Bij het zamenvattend denkbeeld wordt
het voorwerp met zijne hoedanigheden zamenge-
riomen, b. v, een dapper krijgsman, die hoorn, '
mijn hoed; maar wanneer men zich dapper voor-»
ftelt, zonder-aan eenig voorwerp, waarin deze'
hoedanigheid gevonden kan worden, te denken,
^00 is dit een afgetrokken denkbeeld.