Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. aS^)
zamenhang van een fcliriftelijk opftel niet te ver-
breken , onder den tekst, of na het geheel, eene
verklaring (♦) van het een én ander des verhan-
delden ondetvverps geeft, dat wel met het ver-
handelde verwant is, maar niet fegtflreeks tot
hetzelve behoort, en daarom in den tekst zeiven
nrinder voegt. Ook ftaat dit teeken bij verwijzing
mar andere werken.
12. Teeken: voor uitheemsche morden en voor
gebruikelijke verkortingen dienende.
§ 534. Zekere teekens komen in de nederland-
fche taal weinig of in het geheel niet voor, maar
aüeen in uitheemfche woorden, als:
1. het fcheidingsteeken (trema) die-
nende om twee, in hetzelfde woord naast elkan-
der kermende, döch tot verfchillende lettergrepen
behoorende klinkers van elkander te fcheiden, b. v,
Fhaèioni, poëet, poezij, beëedigen, zeeën.
2. Het accent, als: de Vendée.
3. De cedille, of het haakje onder de c, b. v. ini
Maçon. Alenqon.
§ 535- Voorts moet hier nog worden aange-
merkt, dat men het punt ook bezigt:
1. als bloot fpraakkunflig teeken in wetenfchap-
pelijke opfchriften, als : eerfte afdeeli}}g. —
(*) Zulke verklaringen dragen dan den naam van noten ,
aanmerkingen, opheïdefingen, enz. «n zijn voor het overig»
«an iederen leier g^enosgzaam bekend.
T