Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. aS^)
J)czc zoude wel den post verdienen-, maar.....
Ik ben zeker, hij is een.....
Ik had eene zachte behandeling verwacht', maar
mijn gezworen vijand Ma.....dij verjlaat mij
reeds.
Ik wilde u wel geld kenen; maar.....Gij hebt
het niet, zeg maar! uw gewone uitvlugt.
8. Het aanhalingsteeken („")
530. Het aanhalingsteeken, of de
dubbele komma wordt geplaatst bij den aan-
vang en het flot van woordelijke aanhalingen uit
andere fchrijvers, veelal ook nog bovendien aan
het begin van eiken regel derzelve, als: zie hier
wat de abt Girard ten opzigte van de plaatjing
der zin- en Jcheiteekens zegt:
„ Het is waar, met betrekking tot de zuiver-
„ heid van taal, netheid van volzin, jierlijkheid
„ van uitdrukkingen, kieschheid en Jlerkte der
„ denkbeelden, heeft de zinfcheiding flechts eene
„ geringe verdienfle; maar zij verligt cn geleidt
„ den lezer, zij wijst hem de plaatfen aan, waar
„ hij moet rusten, om adem te halen, cn hoeveel
„ tijd hij daaraan befteden moet', zij bevordert
„ de verjlaanbaarheid, door het lezen op zulk
„ eene wijze te regelen, dat de domrne, gelijk een
„ man van verfland, fchijnt te ver ft aan, hetgeen
„ hij leest; zij houdt de aandacht yan de toehoor-
„ ders gaatide, en bakent hun de grenzen van den