Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
306 HANDLEIDING tot den
a. Dewijl hier heneden niet de gren-
zen onzer werkzaamheid zgn hun-
nen;
b. dewijl wij ginds voortgaan zul-
len, waar wij hier staan hie-
ven.
Minderdeelen.
S 528. Zóodra het redeneerkunffige net door
weinige onderdcelen kan zaïnengevlochten wor-
den, zoodra heeft ook de keus der teekens geene
zwarigheid.
Zijn er echter vele onder- en minderdeelen nood-
zakelijk, zoo moet men bij het opzetten van het
net daarop acht geven, dat men door de keus
der teekens het overzigt zelf niet moeijelijk
make. — In het bijzonder moeten, met eene ge-
ftrenge naauwkeurigheid, de onderdéelen onder
de hoofddeelen, en de minderdeelen onder dc
onderdeden ingevoegd worden. — Het zwaarftc
derhalve is het ontwerpen van een net voor eene
geheele wetenfchap, ten einde een volledig aan-
fchouwelijk overzigt over dezelve te geven.
7'. Het opfchortings- of weglatingsteeken (.....).
S 529. Het opfchortingsteeken, waartoe
men verfcheidene punten nevens elkander bezigt,
ftaat om eene afgebrokene rede aan te duiden;
hetzij dit afbreken met voordacht, om iets te
laten raden of met beleid te verzwijgen , hetzij
dit door eene fterke hartstogt gefchiede, hetzij
eindelijk dat men in de rede gevallen en alzoo
verhinderd vvorde voort te gaan, als: