Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
28a HANDLEIDING tot den
den, als: Dichtkunst — Muzijk — Danskunst,
Karel F-, — Duitsch keizer 1520; ßerft 1558.
4. Het inßuitingsteeken (parenthefis,
tektshaakjes) Q []■
§ 524. Het influitingsteeken, beftaande
in twee haakjes, wordt gebezigd:
a.) Wanneer het daarop volgende woord let-
t.erlijk hetzelfde zegt, en gewoonlijk een kunst-
woord (terminus technicus) , of eene overzet-
ting, of eene aanhaling uit eenigen fchrijver bevat,
als: redeneerkunde {logica); aesthetiek (Jeer yan
het jchoonheidsgevoel); aardrijksbefchrijying {geo-
graphie)-, Leijden {Lugdunum Batavorum).
b.) Wanneer men eenen geheel vreemdfoorti-
gen , en op zichztlven volledigen zin tusfchen
eenen volzin invlecht, als: een ding heb ik u nog
te zeggen: gij moet {maar ik zie dat gij geeuwt)
wel acht geven. Zij heeft heden {naauwelijks zal
men het gelooven) hare kinderen verlaten.
c.) Wanneer in eene aanhaling of anderzins'
eenig woord voorkomt, dat uit den zamenhang
zei ven niet gemakkelijk te verftaan is, vlecht men
wel eens, bij wijze van tusfchenrede, eene ver-
klaring van hetzelve in, als: de naam van den va-
der der nederlandfche dichtkunde {Joost van Von-
del) zal altijd met eerbied genoemd worden. — De
wetten vertrouwen hem {den koning van Creta) de
volken, als een allerdiorbaarst pand toe, onder