Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. aS^)
ftaat gefield wordt, de voor fch rif ten der rede te
volgen, cn zich niet zelden met weerzin en tegen-
kanting door het ligchaam tot daden- ziet wegge-
fteept, waarvan zij affchiiw heeft. — Door hare
afhankelijkheid van het ligchaam wordt het ook
mogelijk, dat men haar duar middel van hetzelve
op menigerlei wijze, dwang aandoe, en dat de
geheele ligchamelijke wereld rondom ons, in onzen
geest onophoudelijk werkingen voortbrengen kan,
die voor hetzelve niet altijd voordeelig zijn.
^O Wanneer men midden in eenen volzin op-
iioudt, om de opmerlvzaamlieid en verwaciiting op
liet volgende te vestigen, als: niets kan den
mensch zoo zeer tot nadenken over zich zelvcn
brengen-, niets kan zijnen wensch, om lang te
leven, zoo hevig fchokken; niets zoo bitter zijne
vreugde vergallen, dan — het beeld des doods.
Hij leefde, nam eene vrouw en — ftierf.
c.) Voor en na eenen tusfchenzin, zoodra men
denzelven boven het andere wil doen uitkomen,
ais: van het verftand en de oordeelskracht is de
rede onderfcheiden, in zoo ver namelijk, aan de
laatfte de denkbeelden en oordeelen tot ftof dienen,
waaruit zij geheele gedachtenreekfen — beftuiten-^
vormt. God wordt niet door offers — de Algenoeg-
zame behoeft dezelve niet — bevredigd.
d.) Als bloot fpraakkunstig teeken ftaat het,
wanneer men verfcheidene denkbeelden, in op-
fchriftcn en verdeclingen van elkander wil fchei-
S 5