Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
278 HANDLEIDING tot den
punt ftaat, zoo wordt bet vraagteeken tot het ein-
de der rede befpaard (verg, het gebruik van het
kommapunt), als: is de toekomst voor ons niet in
eenen fiikduisteren nacht gehuld; is ons zelfs dat
niet verborgen, <wat wij na den dood zij.n zullen?
en dat alles zoude onzen geest niet fomwijlen met
diepen weemoed vervullen; wij zouden de grenzen,
die ons aan alle kanten benaauwen, niet met
fmart gevoelen; wij zouden niet wenfchen over
onderwerpen, die ons zoo gewigtig zijn en van
zoo nabij betreffen, meer licht te verkrijgen;
deze wensch zou niet zoo veel te inniger, drin-
gender en vuriger in ons worden, hoe verder wij
in onze befchaving voortgaan, en koe zuiverder
onze waarheidszin wordt ?
2. Het uitroep- of verwonderingsteeken (/).
§ 522. Het uitroepteeken ftaat:
ö.) in het algemeen bij voorftellen , die eene
fterke of levendige hartstogt uitdrukken, als:
het geheele land ontvolkt en tot eene v)oestijn 'ge-
maakt; de bloem der europefche jeugd geveld, op
afgelegene flagvelden geofferd; alle regten van
eigendom onzeker gemaakt, of met eene baldadige
hand gefchonden; alle openbaar vertrouwen onder-
mijnd ; alle handel verwoest; alle volksvlijt te
gronde gerigt; de navorfchende geest ontmoedigd;
het heiligße ontwijd! —
hj) In het bijzonder na de tusfchenwerpfels,