Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEQEPv'LANDSCHEN STIJL. 275
1. Zware rampen treffen deugdzame menfchen,
2. Zij verhef en den moed.
3. Deze moed toont zich in eene vaste gemoeds-
geßeldheid.
4. Wie deze denkwijze heeft is ivijs.
1. voorb. Wij leven in eene y/ereld^ die ons al-
les, wat wij zijn en vtorden, door werkzaamheid
laat verdienen, eer wij ons aan het genot mogen
overgeven. (Algemeen voorftel.)
Willen wij ons daarom aan het genot der geluk-
zaligheid overgeven, zoe moeten mj ons daartoe
door werkzaamheid voorbereiden, (Onderge-
fchikt voorftel, en wel onmiddellijk.)
Deze werkzaamheid moet echter, wanneer zij
weldadig zijn zal, tot een zeker doel beßemd zijn ;
want anders verkwisten wij onze krachten nutteloos.
Opvolging van gedachten.
1. Werkzaamheid.
2. Genot door werkzaamheid.
3. Genot door doelmatige werkzaamheid.
è.) Het punt fcheidt ook gel ijk geordende
voorftellen van elkander, dat is , zulke voorftel-
len , welke op elkander volgen, zonder dat het
eene tot verklaring van het andere noodig zij, en
welke mén alzoo als algemeene, gelijkwaardige voor-
ftellen vooruit zendt, om vervolgens uit beide
te gelijk iets af te leiden. Zulke voorftellen wor-
den door geene voegwoorden verbonden, maar
S 2