Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. 273
nm; wanneer hij koningen van den troon ßort en
geringen verheft; wanneer hij fomtijds jchijnbarc
wanorden toelaat, die de omkeering van geheele
rijken na zich ßepen en duizenden onder de puin-
hoopen begraven; wanneer hij inzonderheid de
plannen van menfchelijken hoogmoed verijdelt en
aan onze hartstogten derzelver wenfehen ontzegt:
zoo geraken wij ligt elij k op een' dwaalweg; het
ontdekken van onverwachte gevolgen; de opeenßa-
pcling van groote gebeurtenisfen ; de verwarring ,
in welke wij alles befchouwcn, vervult ons met
bange bezorgdheid, en de ligtzinnige twijfelt wel
geheel aan eene wereldregering. — Kent gij het
nog niet, het verlangen naar het betere ; zijt gij
met u zeiven, zonder de hoop op eene'grootcrs
volkomenheid, geheel le vreden; breekt de gedachte
aan eene verbetering nooit uwen verflandsßaap
af: welk een ongelukkig fchepfel moet gij dan
zijn; hoe onverfchillig omtrent de waarheid, wan-
neer gij niet meer licht zoekt •, hoe werkeloos en
traag, wanneer gij u Tiict meer kracht toewenscht;
hoe gevoelloos en zinnelijk, wanneer de bevrediging
uwer dringendße behoeften voor u toereikend is.
4. Het punt.
§ 520. Hec punt dient, om het einde eens
volzius aan te wijzen cn dus:
ö.) om algemeene ondergefchikte voor-
ftellen van elkander te fcheidcn.
S