Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN S'ilJL. 263
Dat is het boek niet, hetwelk ik u gevraagd
heb. De vreugde over goede daden, welke den
mensch zoo nat uur lij k is, wordt dikwijls
door zekere zamenloopende omftandigheden, welke
wij niet ontgaan kunnen, zeer verbitterd.
Geld, flechts geld, is de leus. — De Ruiter,
de dapperfte zeeheld zijner eeuw, was
een deugdzaam man. — Laurens Koster, een
11 a ar lemmer, vond de boekdrukkunst uit. Gij,
niet ik, moet het doen; beter echter: gij moet
het doen, niet ik. Het oneindige, de ganfche
menschheid omvattende, plan van God;
beter: het oneindige plan van God, hetwelk de
ganfche menschheid omvat. Wij vertrek-
ken, zei de hij tot mij, morgen naar Amjler-
dam. Overdenk, ongelukkige, wat gij al
misdreven hebt. In dit laatfte voorbeeld is de
benaming, vvcllce in l'praalivvending gebruilct wordt,
als tiisfchenvoegfel aan te merken; dewijl de na-
tuurlijkfte plaats der benaming aan het begin is,
in welk laatfte geval, ter nadere affcheiding van
het hoofd der aanfpraak van het ligchaam der-
zelve, eene komma geplaatst wordt, b. v. Ko-
ning, zie daar hen, die ti zullen wreken op
uwe vijanden.
Men kan niet als tusfchenvoegfel befchou-
wen, wat wezenlijk tot den zin eens voorftels
behoort, als: het doel, middel of de .wijze
eener werking, b. v. ik zag met innig me-
R 4