Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page

26z HANDLEIDING tot dkn
bijwoorden en voorzetfels worden geplaatst, wel-
ke op hetzelfde denkbeeld betrekking hebben,
als: du is alom^ allezins^ altijd en van allen
geloofd, — Van,^ met of door wien hebt gij het
berigt ontvangen?
c.) De aficheiding van alle zamenbehoorende
denkbeelden wordt door het plaatfcn van kom-
maas aangewezen. Van hier is het, dat elk tus-
fchenvoegfel zich tusfchen twee kommaas bevindt,
alsmede dat voor elke omfchrijving, ter nadere be-
paling of verklaring van eenig onderwerp of ge-
zegde dienende, eene komma geplaatst wordt,
om welke reden in het bijzonder de betrekkelijke
voornaamwoorden, die^ wlke^ enz. altijd (*)
door eene komma vooraf gegaan worden, als: de
mensch^ die niet vferkt^ verdient verachting.
In meer punten, maar hieiin iroomameiyk, ▼erschil
ik yan den heer lsqtjiev, in z^ne Terhandeling over de in*
terpanctie, vertaald door i. i, perck. Dez« is van oordeel,
flat Tooc de betrekkelijke voornaamwoorden die, welke , enz.
geeue komma behoort geplaatst tc worden , wanneer de tus-
schenzin dient ter bepaling^ en niet ter Verklaring, Naar
^y mya iniien echter moet dc zinscheiding hier alleen aanwijzen,
dat er een tusschenzin beslaat, waardoor alsdan de moeye-
iijke en noodelooze ouderscheiding vau bepalende en verkla-
rende tusschenzinnen j alsmede die van het meer of min
noodzakelijke in een voorstel, vervalt, welk een en ander
toch bijna altijd alleen uit den zamenhang, het bijzonder be-
jfvip, of U)t bijzondere wetenschappelijke kennis moet opge-
maakt worden.