Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nederlandschen stijl. aS^)
elzoo tevens om de kleinfte door teekens uitge-
drukte rust in het lezen aan tc wijzen.
§ 516. Zij ftaat in het bijzonder:
ö.) Tusfchen verfcheidcne, bg elkander ge-
plaatfte onderwerpen of gezegden , tot het zelfde
denkbeeld betrekking hebbende en niet door
voegwoorden verbonden zijnde, als: burgers,
•vreemdelingen, vijanden, volken, koningen, kei'
zers, allen betreuren en vereeren hem. De eeu-
wige, algoede en alwijze God. De Nederlan-
ders zijn fchrander, geduldig, deugdzaam, net,
matig en fpaarzaam. Hij is zoo vlijtig, zoo op-
lettend, zoo naauwkeurig als gij. Heeft het ge-
zegde eene nadere bepaling of aanvulling, zoo
wordt de komma na dezelve geplaatst, als: Egypte
was inderdaad het fchoonfle land van den aard-
bodem ; het overvloedig/Ie door de natuur, het best-
bebouwde door kunst, het Jierlijkfte door de zorg
en pracht van deszelfs koningen.
b.) Dewijl de werkwoorden niets zijn dan ge-
zegden met het koppelwoord zijn vereenigd, zoo
is het voorgaande even zeer op werkwoorden toe-
pasfelijk, als: hij ijlde, vloog en flortte in mijne
armen. Hij fchimpte, raasde, vloekte. Ik heb
u fleeds geëerd, geacht en van ganfcher harte
bemind. Daar in deze, en over het algemeen
in de meeste gevallen, de komma eigenlijk in de
plaats van het uitgelaten voegwoord en komt,
zoo moet het om dezelfde reden, ook tusfchen
R T