Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. aS^)
Jagt, I.) het jagen-, 2.)
een vaartuig.
Keercn, i.) terugko-
men-, 2.) afweren; 3.)
wenden; 4.) omkeeren',
5.) beßuren»
Klinken, i.) geluid ge-
yen-, 2.) vastmaken.
Kozen, J.) liefkozen',
2.) van kiezen.
Laten, i.) niet doen',
2.) bevelen 13.) ader-
laten»
Last, 1.) yracht; eene ze-
kere hoeveelheid koren',
2.) bevel-, 3.) nood-,
4.) ongelegenheid.
Luiden, 1.) lieden-, 2.)
geluid maken', 3.) itf-
helzen.
Maal, 1.) keer', 2.)
maaltijd-, 3.) valies.
Mangelen , 1.) ruilen;
ontbreken', men-
gen^ 4.) het linnen op
rollen glad maken.
Nakomen, i.) achter-
aan komen j 2.) yol-
brengen.
Q
Net, I.) zindelijk-, 1.)
fterlijk', 3,) dat wel
past', 4.) juist', 5.)
vischnct.
Noten, I.) zangnoten',
2.) neuten, zekere
vrucht.
Ondei houden, i.) onder-
drukken', z») verzor-
gen-, 3.} in onderhan-
deling zijn; 4.) vol-
brengen , nakomen.
Ongelijk, I.) oneffen-j
2.) onbillijk.
Ophouden, i-) niet af-
nemen-, 2.) openhouden-,
3.) niet voortvaren^
4.) ergens in befluiten-,
5.) vertoeven', 6.) on-
gelegenheid aandoen-f
7.) aan de praat hou-
den', 8.) herbergen.
Oppasfen, i.) dienen^
2.) opletten.
Rapen, i.) opnemen', 2.)
genieten', 3.) knollen.
Rouwen, 1.) den rouw
aannemen; a.) leed-
wezen hebben.