Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEHLANDSCHEN" STIJL. 443
§ 503. Tot bevordering der vvelliiidendlieid,
ver wis feit men fomtijds de ^ in k, als: ga-
Ivankclijk, aanvankelijk, koninklijk, oorfpronkelijk,
\2i.n gevangen, aanvang, koning, oorfprong.
§ 504. Te zelfden einde gaat in alle zelf-
flandige of bijvoegelijke naamwoorden en bijwoor-
den, op aar, ling, nis, lijk of loos eindigende,
de e die uitgangen vooraf, als: fchuldenaar, af-
fchuwelijk, afgrijsfelijk, gewisfelijk, geloofelijk^
huisfelijk, Jlerfelijk, flervelingt flriktelijk; bij
fommige met inlasfching van de t, als: bekentC'
nis, gebeurtenis, verbindtefiis, enz. Hiervan
zyn uitgezonderd: i.) alle woorden, afgeleid van
dezulke, welke eene l oi r tot flnidetter hebben,
als: heilloos, deelbaar, gevaarlijk, leerling, mz.
2.) Die woorden, in welke de n met eene lange
en flepende lettergreep op de l fluit, als aan-
zienlijk , alleenlijk, beflaanlijk, gewoonlijk, doen-
lijk, koenlijk, pijnlijk, oogenfchijnlijk, per-
foonlijk, verzoenlijk, waarfchijnlijk, zienlij k^
gezamenlijk en openlijk. 3.) De woorden
geneeslijk, verkieslijk, vergeeflijk, koninklijk.
2. Verkleinwoordjes.
§505. De verkleinwoordjes fchrijve
men beflendig zonder n op het einde, als: arti-
keltje, avontuurtje , blaadje, boompje, ketting-
je, mannetje, fcheepje, zusje, nimfje, enz.
Q ^