Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page

HANDLEIDING tot oen
fche, of als nederlandfche aangcnömene, de c,
q, X, j, th cn pfi daarentegen, om uitheemlche
woorden te fchrijven,
S 501, De c heeft voor a, 0, « en een' me-
deklinker den klank van A-, als: Calo, Codrus,
Cuba, Creta, enz.; voor e cn / dien van j, als:
Cicero, enz.; de q wordt als k aangemerkt, en
door^.ü gevolgd, met dezelve als kw uitgefproken,
b. v. Qjtintus, qualiteit, enz.; de th komt voor
in Tbeodorus, enz.; de -ph, als ƒ uitgefproken
wordende, in: Pkilippus, enz.; de x heeft de-
zelfde uitfpraak als ks, b. v. Xerxes, enz.
C. Verdere bijzonderheden de
fpelling betreffende.
I. Inlasfching en vervisfeling van letters.
§ 502. Ter vermijding van wanluidendheid,
heeft de inlasfching eener d plaats in: zelfïïan-
dige naamwoorden, die van werkwoorden zi.in
afgeleid en op er uitgaan; alsmede in bijvoegelij-
ke naamwoorden, en bijwoorden, in den vergroo-
tenden trap, wanneer in elk dezer gevallen de
uitgang er door eene r onmiddellijk zoude voor-
afgegaan worden, als: befluurder, duurder,
klaarder, hoorder, enz. In die woorden, waar-
in de uitgang er op de letter / of n volgt, voege
men de d niet in, als: feller, fijner, fpeler,
wldoener, ijler, enz.; uitgezonderd het woord
boender. Voorts fchrijve men: allerlei, eener lei ^
twee derlei, enz.