Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEpvLANDSCHEN STIJL. 239
i. Eene lijst van -vroorJen, welke in het enkelvoud
met eene en in het meervoud met 3 ge-
schreven -worden.
Aalmoezen, aalmoeze-
nier, aalmoes.
Abrikozen, abrikoos.
Baarzen, baars.
Behelzen , behelst.
Beuzen, beurzig, beurs.
Blozen, bloos.
Bonzen, bons.
Booze, boos.
Brozen , broos , — een
tooneellaars.
Broze, broos, — ligt
breekbaar.
Deinzen, deins.
Doozen, doos.
Elzen, els.
Fleerzen, fleers.
Ganzen, gans.
Genezen, genees.
Glanzen, glanzig, glans,
werkwoord, en bijv.
naamw. — Onder-
feheiden van glanfen,
glans, zelfft. naam-
woord.
Gonzen, gom.
Gorzen, gors.
Grenzen, grens.
Grijnzen, grijns.
Halzen , hals.
Hoozen, hoos , — wa-
ter fcheppen.
Hozen , hoos, — kous.
Huizen, huis.
Huize , huls.
Ijzen, ijs.
Keurzen, keurs.
Kidzen, kids.
Kiezen , kies.
Kleinzen, kleins.
Klenzen, kiens.
Kneuzen, kneus.
Knijzen, knijs.
Kombaarzen, kombaars.
Kroezen , kroes.
Laarzen, laars.
Lenzen, lens, ledig ma-
ken. — Onderfchei-
den van lenfen, lens,
zeker werktuig.
Lezen, lees.
Liefkozen, liefkoos.