Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. 237
Magt.
Mögt, van mogen.
Nog, daarenboven. —
Onderfcheiden van
noch, in: noch goed
noch kwaad, enz.
Nogtans.
Onderrigt, onderrigten.
Ontzag.
Opregt.
Opzigt.
Pligt.
Regf.
Regts, in: regts enVinks.
Slagtcn, van flaan. —
Onderfcheiden van
ilachten, gelijken.
Togt, van togen.
Vlugt.
Wig, wigge.
Wigt, gewigt. — On-
derfcheiden van wicht,
een kind.
Zigtbaar.
a. Lijst van woorden, -welke met ^ eu cA opde Tolgende
wijze moeten geschreven worden.
Bogchel.
Hagchelijk.
Kagchel.
Kugchen.
Lagchen.
Ligchaam.
Pogchen.
Pragchen.
Rigchel.
Schagcheren.
Tigchel.
Wigchelaar.
F cn V.
§ 495. De V is te zacht om eene lettergreep
te eindigen of op eenen harden medeklinker te
fluiten; wanneer daarom een woord in het enkel-
voud met eene ƒ fluit, wordt dezelve in het meer-
voud of bij afleiding met de v verwisfeld. Men
fchrijve derhalve: brief, brieven; graaf, graven;
i
J