Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
256 HANDLEIDING tot den
kennen, dat zij niet in de volgende lijst gevonden
worden; terwijl hier tevens kan aangemerkt wor-
den , dat in het enkelvoud van lagchen, pogchen,
enz. ook ch voorkomt, als: lach, lacht, enz.
i. Lijst van -woorden, -welke met de letter g in onder-
scheiding van ch, geschreven -worden.
Berigt, berigten.
Betigten.
Bogt, yan buigen.
Borgtogt.
Bragt, VÖ«brengen.
Diggel.
Digt, vast. — Onder-
fcheiden van dicht,
dichtftuk.
Dog, een hond. — On-
derfcheiden van doch,
echter.
Dragt, van dragen.
Eendragt.
Egel, zeker dier. — On-
derfcheiden van echel,
bloedzuiger.
Gedrogt, gedrogtelijk.
Gelag, drinkgelag.
Onderfcheiden van ge-
lach , van lagchen.
Geregt, in alle beteeke-
nisfen.
Geflagt, van flagten,
flaan. —• Onderfchei-
den van geflacht, in :
het menfchelijke ge-
flacht , enz.
Gewigt, van wegen.
Gezag.
Gezigt.
Heugelijk.
Honig.
Jagt, in alle beteekenis-
fen.
Klagt, van klagen.
Lag, van liggen, in:
ik, hij\?Lg. — Onder-
fcheiden van lach, ge-
lach , lagchen.
Ligt, niet zw aar. —
Onderfcheiden van
licht, helder.
Log; zwaarmoedig. —
Onderfcheiden van
loch, een gat.