Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEpvLANDSCHEN STIJL. 235
de onbepaalde wijze eene d in de laatfte lettergreep
hebben, als: gij, hij vindt, wordt, biedt; gij
vondt, werdt, boodt, enz.
§ 491. Voorts is de t de kenmerkende fluit-
letter van den tweeden perfoon in het enkel en
meervoud in alle tijden der werkwoorden, en van
den derden perfoon enkelvoud des tegenw. tijds
der aantoon, wijze, als : gij, hij loopt, fpreekt,
leert; gij liept, fpraakt, leerdet, enz.
§ 492. Van den vorigen regel is echter uitge-
zonderd de 2de perfoon, in het enkelvoud der
geb. wijze, als: enkelv. loop, fpreek, antwoord
gij ; meerv. loopt. jpreekt, antwoordt gij. Voorts
fchrijve men: thans , althans, nogtans.
G en CH.
§ 493. Men gebruikt de g in alle de woorden,
welke die letter in het meervoud, of in de aflei-
ding vorderen, als: oog, oogen; klagt, klagen;
vlugt, vliegen, enz. Voorts fchrijve men, met
verwisfeling van de g in k, volgens dc uitfpraak,
aanvankelijk, gevankelijk, koninklijk, oorfpron-
kelijk, vergankelijk.
§ 494. Men gebruikt de fcherpe ch aan het
einde van een woord of lettergreep, wanneer het
meervoud of de afleiding geene g vordert, als:
kocht van koopen', dacht van denken, enz.
S 495. De vvoorden, welke ch hebben , als:
ach, jlacht, enz. zijn genoegzaam daardoor te