Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEpvLANDSCHEN STIJL. 223
Blootelijk.
Blooten , bloot, ontbloo-
tun. enz.
Boogaard van boomgaard.
Boomen, boom , in alle
beteekenisfen.
Boonen van boon.
Booten van boot , in
alle beteekenisfen.
Booze, boos.
Brooden, brood.
Dooden, — zoowel in:
den os dooden, als
in: de dooden worden
begraven.
Doogen, lijden, in: gt-
doogen, mededoogen.
Doopen.
Dooren, dwaas. — On-
derfcheiden van doren,
door , dojer (van een
ei), en van doren,
doorn , in: geene ro-
zen zonder dorens of
doornen.
Doove, doofi
Doozen, van doos.
Droogen, van droog.
Droomen, van droom.
Droopen, bedruipen.
Gelooven.
Genooten, van genoot,
in: echtgenooten, lot-
genooten, enz. — On-
derjeheiden van geno-
ten , in: zij hebben het
genoten, en: — geno-
tene weldaden gedach-
tig zijn.
Goochelen.
Groote , groot, vergroo-
ten,
Hooge, hoog, verhoo-
gen.
Hoopen, hoop,««.- ver-
fcheidene hoopen houts.
Onderfcheiden van ho-
pen , verwachten.
Hooren , in\ wij, zij ,
hooren. — Onderfchei-
den van eenen horen,
daar men op blaast,
enz.
Hoovaardig.
Hoozen, water fchep-
pen; — ook van hoos,
waterhoozen. — On-
derfcheiden van hoos,