Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
iö8 HANDLEIDING tot d[;n
Krakeden.
Kreelen.
Kreete, kreet.
Kwarteelen , kwartcel,
zekere maat van natte
•waren.
Kweeken , aankwekken,
opkweeken. — Onder-
fcheiden van kweken,
kwaken.
Leebreken.
Leeder, leed. — Onder-
fcheiden van leder,
zoolleder.
Leeken, leek.
Leeli}k,
Leeman.
Leemen.
Leenen, te leen geven. —
Onderfcheiden van le-
nen, leunen.
Leeper, leep.
Leeren.
Leewater.
Leeze , fpoor, in-, wagen
leeze.
Makreelen, makreel, ze-
kere visch.
Meede, een zeker kruid.—
Onderfcheiden van me-
de , mee, met ,—en van
mede, die men drinkt.
Meede (meed, meet),
gefchenk, huur, gifte.
Een woord, waarvan
meede- of meedpen-
ning.
Meeden, met meekrap
verwen.
Meenen.
Meeren , een fchip vast-
binden. — Onderfchei-
den van meren, verza-
melingen van water,
Meerendeels.
Meewaren.
Meeuwes, van Bartholo-
meus.
Meezen , mees, zekere
vogel.
Moskee.
Neeren, neer, eene
draaikolk. — Onder-
fcheiden van nere,
neer, een dorschvloer.
Neeten , neet (niet), een
nageltje in eene
fchaar. — Onderfchei-