Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
iö8
HANDLEIDING tot d[;n
§ 476. Ten einde in liet gebruik der fcherp-
lange e en 0 niet te misfcn, is hierbij gevoegd.
2. Eene volledige lijst van woorden, welke
dc scherplange e liebben.
Abeelen , abeel, %'iUe
populier.
Alleenig,
Aireede, alreeds.
Barbeelen , barbeel, ze-
kere visch.
Beenen, been.
Beeren, beer.
Beeten, beet, zekere
vortel.— Onderfcheiden
van beet, beten, gebe-
ten; of de beet, bete
van eenen hond, enz.
Eegeeren.
Beheeren.
Bekkeneelen, bekkeneel.
Beleedigen.
Beleemen.
Beneenen, neen zeggen.
Bezeeren.
Bleeken, linnen bleeken.
Bleekert, zekere wijn.
Bleeten, hiaten.
Bordeelen j bordeel.
Breede. breed.
Decgen, deeg. — Onder-
fcheiden van degen,
zwaard, en van dege,
(heil, voorfpoed) in:
ter dege, enz.
Deelen, in alle heteeke-
nisfen.
Deefem.
Dweepen.
Eeden, van eed.
Eeren.
Filomeelen, filomeel.
Fleemen.
Fieeren, fleer, eenflecht
•wijf.
Fluweelen, fluweel.
Gareelen, gareel.
Gedwee.
Geene, in: geene ande-
ren. — Onderfcheiden
vangQViQ, in: deze en
gene.