Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEpvLANDSCHEN STIJL. 117
met eu of oe verwisfeld wordt, als: logen, leu-
gen, bootferen, boetferen, enz. 3.) In de lang-
ftaartige werkwoorden, welke insgelijks dikwerf
««hebben, als: protelen, preutelen, enz. 4.) In
woorden, waarin de 0 verkorting duldt, als : bo-
ter, botter, enz.; a'smede in het meervoud dier
woorden, welke in het enkelvoud de fcherpkorte
0 hebben, als: geboden van gebod, goden, van
god, enz. 5.) In woorden van tiitheemfchen oor-
fprong, welke bij ons den klemtoon op de lange
e ontvangen, als: fehole, mode, toren, enz. Hier-
van zijn uitgezonderd kroonen, toonen en troo-
nen.
S 475. De fcherplange 0 daarentegen wordt
gehoord: i.) in woorden van vreemde afl^omst,
wier oorfpronkelijke tweeklank au in 00 verwis-
feld is, als: klooster (claustrum), kool, (caulis),
oor (auris), enz. 2.) In woorden, welke in het
duitsch au hebben, als: boom (Baum_) , koopen
(kaufen). C)
C) Niettegenstaande wij grootelijks zijn tegen het geyen
■»an regelen , uit eene andere taal ontleend of daarop gegrond ,
hebben wy echter , nit hoofde -van de algemteaheid der duit-
iche en fransche talen, bij aanverwante of ontleende woorden
daarvan gebruikt gemaakt, om sommigen des te meer hulp-
middelen in handen te geven, ter aanleering van deze voor
«elen niet gemakkelyke ondeischeiding der zacht- en scherp-
lange e en O,
05