Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
214 HANDLEIDING tot den
§ 466. Uit de zamenvocging van medeldin-
kers en zelfklinkers ontftaan lettergrepen.
Een of meer lettergrepen dienen om een woord
uit te drukken.
§ 467. De woorden zijn eenvoudig of za-
men g e ft e I d. Een eenvoudig woord is zulk
een, welks deelen niet uit woorden beftaan, als:
goed, huis. Een zamengefteld woord is dat, het-
welk uit twee of meer woorden gevormd is, als:
veldheer, buitenwerk, landhuishoudkunde, vee-
art fenijkunstoefenfchool,
S 46S. Om de woorden wel tc fchrijven
moet men acht geven: hoe vele en welke letters
men noodig hebbc, ert hoe dezelve moeten ge-
rangfchikt worden, om woorden te vormen. Dit
noemt men fpellen.
A. Gebruik der zelfklinkers.
I. Spelling met enkele en dubbele
klinkers,
S 469. Dc klinkers zijn kort en lang;
zachtkort en zachtlang; fcherpkort
cn fcherplang. Zij worden aldus onderfchei-
den: a is kort in dag, lang in maan, dagen; —
e is zachtkort in de, ze, zachtlang in fpreek, le-
fen; fcherpkort in hel, wel, fcherplang in leed,
leeren; — i is kort in min, zin, lang in mijn,
zijn; — 0 is zachtkort in hot, dom, kom, zacht-
lang in zoon, door; fcherpkort in (lot, z»t,