Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
iö8 HANDLEIDING tot d[;n
hen, maar zijn hoofddoel vas veeleer de wensck
om over zfne vijanden te zegepralen.
§ 453. Bij liet flot van eenen zin dient racn
vooral opmerkzaam te zijn, om gceue eenletter-
grepige! en onbeduidende woorden, zoo als kleine-
re rededeelen zijn, tc gebruiken; maar integendeel
bij eene behoorlijke lengte van het laatfte lid, tot
lluiting, volle en welklinkende woorden te bezi-
gen. Het volgend voorbeeld kan dienen om de
waarheid van dit gezegde te flaven: de lente begint
en de natuur leeft weer, na eenen langen flaap,
in bloemen, kruiden en boomen, op. Beter: de
lente begint, en met dezelve ontwaakt de natuur,
na eenen langen ßaap, wederom tot een nieuw
leven.
S 454. In fommige gevallen evenwel, wanneer
kleine rededeelen het hoofdonderwerp uitmaken,
kunnen dezelve tot flot wo orden dienen, als:
veeltijds vergeet men weldaden, maar beleedigin-
gen noOit.
S 455. Hiertoe, alsmede tot den voorgaanden
regel, is ook betrekkelijk, dar men met geene
na fiepende denkbeelden moet bciluiten, b. v.
er worden minder menfchen tot fchitterende eere.
posten verheven door deugd dan door rijkdom en
geboorte, fchoon de eerße den voorrang boven de
laatfle heeft, ten minfte van de zijde der
zedelijke waarde. Deze volzin wordt, uit-
hoofde van de achteraanhinkende gedachte en