Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
ao3
iö8 HANDLEIDING tot d[;n
Men ziet Iiier, lioe de leden van liet voorzindeel
voordurend in lengte en ronding toenemen; ter-
wijl het nazindeel, het gevolg bevattende , des-
gelijks eene gepaste uitbreiding verkregen heeft,
opdat het tegen het voorzindeel, en bijzonder
tegen deszelfs derde lid niet te veel aflleke, maar
door eene gepaste lengte de evenredigheid van het
geheel bewaard zoude worden.
5 450. In enkele gevallen echter, wanneer by-
zondere redenen het regtvaardigen , kan het voor-
zindeel zeer groot en het nazindeel zeer klein zijn,
b. V. y/anneer alles tegen mij zamengezv/oren heeft;
•wanneer, wat ik ook zegge, iedere verdediging ten
kwade geduid wordt; wanneer.....; wanneer....
enz.; zoo moet ik wel zwijgen.
§ 351. Behalve deze zes regelen eens goe-
den volzins, kan men nog in aanmerking nemen,
dat in het algemeen lange en uitvoerige vol-
zinnen voor den defcigen fchrijftrant, de kortere
voor de opftellen van het dagelijkfche leven het
meest gepast zijn. Men vermijde echter de uiter-
ften in dezen, en zorge voor eene gepaste afwis-
vermijdlng van de eenigzios hinderlijke grootte, niet onge-
past nagevolgd, in Peerlkamps opdragt aan A. en J. de
Vrie» van Oosterdljks vertaling der zangen yan Horatias,
op deze wijze: want, indien ik door het uitgeven dezer
gedichten dank bij de beminnaars der fraaije letteren,
behaal, mag ik dezelve niet onkundig laten, dat gij de~
zen dank gtheel en al van mij terug kant vorderen. ,