Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL, ipr
heid, uitgezonderd hij die menfchen, welke het ge-
luk hebben gehad, om , langs gemakkelijke en on-
merkbare trappen eener vrome en deugdzame opvoe-
ding , tot een godsdienßig leven opgeleid te worden.
Nog gebrekkiger is in dit opzigt het volgende :
niet flechts zijn natuurlijker wijze begeerte en af-
fchuw, vrees en hoop, door zinnelijkheid en in-
beelding in beweging gebragt, de drijfraders van
alle dagelijkfche handelingen , die niet blootelijk
het werk van werktuigelijke gewoonte ziin, maar
in de meeste en gewigtigfte gevallen, juist daar,
waar het om het geluk of ongeluk des geheelen le-
vens , den voorfpoed of de ellende van geheele vol-
ken , en het allermeest waar het om het welzijn van
het ganfche menfcheliik geflacht te doen is, zijn
het vreemde eigenfchappen of vooroordeelen, is het
de druk of ftoot van eenige weinige handen, de lis-
tige tong van eenen enkelen zwetfer, hetwildevuur
eens enkelen dweepers, de gehuichelde ijver eens en-
kelen valfchen profeets, de toeroep van èenen enke-
len waaghals, die zich aan de fpits flelt, wat dui-
zenden en honderd duizenden in beweging brengt,
waarvan zij noch de rigting noch de gevolgen door-
zien , wat flaten in verwarring brengt, opflanden,
tweefpalten en burgeroorlogen veroorzaakt, tem-
pels , altaren en troonen omverßoot, de werkplaat-
Jen der natuur en der kunst verwoest, en dikwijls
de gedaante van geheele wertlddeelen verandert.
Gemakkelijk had deze volzin, in plaats van de