Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEpvLANDSCHEN STIJL. 203
licht. Gebrekkig daarentegen is het volgende,
voornamelijk doordien het hoofdwoord aanzien
niet op de regte plaats ftaat, en dus ,in een te
zwak licht voorkomt: gij moet u we! aan de men-
fehpn kenbaar maken, wanneer gij bij hen in aan-
zien wilt blijven, maar gij moet u van hen niet
geheel laten doorgronden ; want zoodra gij hun de
eindpaal uwer bekwaamheden toont, daalt uw aan-
zien. Beter: wilt gij bij de menfchen altijd in
aanzien jlaan, laat hen u dan leeren kennen, maar
nooit geheel doorgronden; want uw aanzien daalt,
zoodra gij hun de eindpaal uwer bekwaamheden
ontdekt. Tegen dezen regel is ook gezondigd- in
het volgende voorbeeld: het is niet verjlaridig
gehandeld, de meeningen van diegenen, die in.
vervolg van tijd zoo dikwerf hunne eigene flellin-
gen en gedachten veranderen, hunne vorige bewij".
zen verwierpen, en dus door hunne onieflendig-
heid, door hunne jlrijdigheid met zich zelve dui-
delijk genoeg toonden, dat zij niet altijd met ge-
noegzame overtuiging ijverden, niet altijd de-
waarheid verdedigen, blindelings als vol-
komen zeker aan te nemen. De woorden,
die de hoofdgedachte uitmaken, zijn hier te ver van
eikanderen verwijderd; op de volgende wijze kan
men echter, het gebrekkige dezes volzins gemak-
kelijk verbeteren: het is niet ver/landig gehandelJi^.
de meeningen van diegenen blindelings als volko-
men zeker aan te nemen, die in vervolg van.
tijd enz.