Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
a inleiding.
dig den onbefcliaafden mensch naar een middel
daartoe uitzien.
S Het middel, waarvan hij zich te dezen
einde bediende, beftond in zekere zigtbare en
hoorbare, en bij gevolg uiterlijke teeke-
nen. Deze uiterlijke aanduiding der gedachten
was de taal.
S 4. Zeer onderfcheiden echter was deze ui-
terlijke aanduiding, namelijk, door geluiden, oog-
wenken, gebaren, of ook door woorden. De eerfte
foort van mededeeling der gedachten j de taal des
ongeregelden geluids en der gebaren, was zeer ge-
brekkig; de andere, de woordentaal, berend
men gefchikter en bezigde dezelve bij voorkeur.
S 5. Daar de mensch in den beginne ruw en
zinnelijk was, en hij de taal flechts ter bevredi-
ging zijner behoeften gebruikte, zoo was ook de
eerfte taal arm, onvolkomen en wanluidend. Naar
mate echter de menfchelijke befchaving toenam,
naar die mate werd de taal woordenrijker,
krachtiger en bevalliger.
§ 6. De taal is thans tot die hoogte van be-
fchaving geklommen, dat zij een werktuig def